|
Inleiden bij 41 weken
|
Afwachten tot 42 weken
|
|
De gezondheid van de baby
|
- De meeste baby’s worden gezond geboren.
- De kans dat je baby dood gaat rond de geboorte is kleiner. Die kans is 0,1%.
- De kans dat je baby opgenomen wordt op een intensive care is kleiner. Die kans is 2,8%.
|
- De meeste baby’s worden gezond geboren.
- De kans dat je baby dood gaat rond de geboorte is groter. Die kans is 0,3%.
- De kans dat je baby opgenomen wordt op een intensive care is groter. Die kans is 4,1%.
|
- Er is geen verschil in het aantal infecties bij de baby.
- Het aantal baby’s met een Apgar score lager dan 7, na 5 minuten na de bevalling is in beide gevallen hetzelfde.
- Er is geen onderzoek gedaan naar de gevolgen op de lange termijn. Zoals de gevolgen op de algemene gezondheid van je baby.
|
|
Pijnstilling
|
- Meestal duurt een ingeleide bevalling langer dan een spontane bevalling.
- Hierdoor willen vrouwen vaker pijnstilling. Dit gebeurt bij 50,4% van de vrouwen die bevalt.
- Dit heeft geen invloed op jouw gezondheid en die van je baby.
|
Wordt je bevallen niet opgewekt dan de kans dat je pijnstilling wil is iets lager. Dit gebeurt bij 46,3% van de vrouwen die bevalt.
|
|
De plek van je bevalling
|
- Meestal is je bevalling in het ziekenhuis.
- Ben je al een keer eerder bevallen? Het is mogelijk om met je eigen verloskundige thuis of in het ziekenhuis te bevallen.
- Beval je van je eerste kindje? Een ingeleide bevalling kan dan alleen in het ziekenhuis.
|
- Meestal thuis of in het ziekenhuis (thuisverplaatst) onder eindverantwoordelijkheid van de eigen verloskundige.
- De verloskundige geeft de zorg over aan de gynaecoloog als je bevalling niet normaal verloopt.
- Ben je onder controle bij de gynaecoloog? Je bevalt altijd in het ziekenhuis.
|
|
Controles tijdens je bevalling
|
Je eigen verloskundige doet in inwendig onderzoek bij je om te kijken hoe het met je gaat. Je baby wordt in de gaten gehouden door te luisteren naar de hartslag van de baby.
|
- Bij een bevalling, in het ziekenhuis, controleert de verloskundige je door inwendig onderzoek te doen.
- Je hebt een infuus. En we houden de baby in gaten met een CTG apparaat. Met dit apparaat meten de we de hartslag van de baby. Hierdoor heb je misschien minder bewegingsvrijheid.
|
- Als je bevalling niet normaal verloopt geeft de verloskundige de zorg over aan de gynaecoloog.
- Alle bevallingen vanaf 42 weken vinden plaats in het ziekenhuis. Dit kan niet met je eigen verloskundige.
|
|
Hoe lang duurt je bevalling?
|
- Hoe lang een ingeleide bevalling duurt, hangt af van de rijpheid van je baarmoedermond bij de start van de inleiding.
- Wanneer de baarmoedermond nog niet rijp is duurt het minstens 12 uur voordat we de vliezen kunnen breken. Als de vliezen gebroken zijn duurt je bevalling gemiddeld 12 uur.
|
- Een spontaan gestarte bevalling duurt gemiddeld 12 uur.
- Wanneer je bevalling niet snel genoeg gaat kun je weeënopwekkers nodig hebben. Dit geven we via een infuus. Je bevalt dan in het ziekenhuis. Dit kan niet met je eigen verloskundige.
|
|
Een spontaan gestarte bevalling en een ingeleide bevalling gaan vaak sneller als je als eens eerder via de vagina bevallen bent.
|
|
De gezondheid van de moeder
|
Er is geen verschil in:
- Kunstverlossingen (keizersneden of met de vacuümpomp)
- De hoeveelheid bloedverlies bij je bevalling
- Uitscheuren
- Lastige geboorte van de schouders van de baby
|
|
Gedachtes en gevoelens van de moeder
|
Het is onduidelijk wat het gevolg is van weeënopwekkers op de gedachtes en gevoelens van de moeder.
|
|
Borstvoeding
|
Het is onduidelijk wat het gevolg van weeënopwekkers is op borstvoeding.
|